Samenlopen met levend verlies
Levend verlies gaat over iets wat niet voorbij is, maar steeds opnieuw voelbaar kan worden. Bijvoorbeeld wanneer je gezondheid verandert, werk wegvalt, een relatie anders wordt of een toekomstbeeld niet meer mogelijk blijkt. Ook het verlies van wie je vroeger was, kan diep ingrijpen.
In deze oefening loop je samen met het deel in jezelf dat door dit verlies is geraakt. Je hoeft het verlies niet op te lossen. Je maakt er ruimte voor en luistert naar wat het jou te vertellen heeft.
Voorbereiding
Kies een verlies dat op dit moment aandacht vraagt. Neem iets wat je kunt toelaten zonder dat het je volledig overspoelt.
Je gebruikt twee vingers. De ene vinger staat voor jouzelf. De andere vinger staat voor het deel in jou dat het verlies draagt. Bepaal vooraf welke vinger bij welke rol hoort. Je rechtervinger kan bijvoorbeeld voor jouzelf staan en je linkervinger voor het geraakte deel. Andersom is natuurlijk ook mogelijk.
Leg beide vingers naast elkaar bij de ingang van het labyrint. Gebruik je de labyrintafbeelding op deze pagina, houd dan je ogen open en volg de weg langzaam met je vingers. Je kunt de afbeelding downloaden en afdrukken. Heb je mijn dubbel vingerlabyrint waarbij je de weg kunt voelen, dan kun je de oefening ook met gesloten ogen doen.
Samen naar het centrum lopen
Beweeg beide vingers rustig door het labyrint. Laat ze samen oplopen, zonder haast. Maak tijdens het lopen contact met het deel in jezelf dat verdriet, boosheid, gemis of onmacht voelt.
Je kunt in stilte vragen:
- Wat wil je mij vertellen?
- Waar verlang je naar?
- Wat heb je gemist?
- Wat heb je nu van mij nodig?
Probeer niet meteen een antwoord te bedenken. Let op woorden, gevoelens, lichamelijke gewaarwordingen of beelden die vanzelf opkomen. Wanneer je vingers het centrum bereiken, blijf je daar even. Voel wat het contact met dit deel met je doet. Misschien merk je verdriet, weerstand, rust of juist helemaal niets. Alles wat zich aandient, is goed.
Teruglopen
Loop daarna met beide vingers dezelfde weg terug naar buiten.
Vraag jezelf tijdens het teruglopen:
- Wat kan ik meenemen?
- Wat heeft dit deel van mij nodig?
- Hoe kan ik met dit verlies verder leven zonder het weg te drukken?
Neem de tijd. Je kunt het labyrint nog een keer lopen wanneer je merkt dat er meer aandacht nodig is. Stop wanneer het voor dit moment genoeg is.
Van plaats wisselen
Doe de oefening daarna nog een keer, maar laat beide vingers van plaats wisselen. Stond je rechtervinger eerst voor jezelf, laat deze dan nu aan de andere kant van het geraakte deel lopen. De rollen blijven hetzelfde, maar de positie verandert. Loop opnieuw naar het centrum en weer terug. Merk op wat er verandert.
- Komen er andere gevoelens, woorden of beelden naar boven?
- Voelt het verlies dichterbij of juist verder weg?
- Kun je er op een andere manier naar kijken?
Misschien voel je nu niet alleen wat je bent kwijtgeraakt, maar ook wat er nog wel is. Misschien ontstaat er iets meer ruimte rondom het verlies.
Na de oefening
Schrijf na afloop op wat je hebt ervaren.
- Welke gevoelens, gedachten of beelden kwamen naar boven?
- Kon je luisteren zonder iets te willen veranderen?
- Was er iets wat je raakte of verraste?
- Wat wil je meenemen uit deze oefening?
Levend verlies hoeft niet opgelost of achtergelaten te worden. Door samen te lopen met het deel in jezelf dat het verlies draagt, geef je het aandacht en erkenning.
Het verlies hoort bij jouw leven.
